wetten en regels


algemeen

Iedere Nederlander behoort de Wet te kennen. De schietsportbestuurder moet de Wet echter bovengemiddeld kennen. Een schietsportvereniging is vaak werkgever, horeca-uitbater, evenementenorganisator, eigenaar, huurder en verhuurder van accommodaties in één en soms nog veel meer. Een vereniging kan te maken hebben met een groot aantal wetten en regels, soms wel 30 of meer. En voor de naleving ervan is de bestuurder verantwoordelijk.

 

De toenemende aandacht voor handhaving vanuit de Overheid betekent een grotere druk voor verenigingen. De consequenties bij onvoldoende naleving kunnen het voortbestaan van de vereniging in gevaar brengen.

 

Wetten waarmee een schietsportvereniging te maken heeft, zijn bijvoorbeeld:

 

1.   Wapenwetgeving (WWM/CWM/RWM)

2.   Verenigingenrecht

3.   Milieuwetgeving en Vergunningen (Wabo)

4.   Arbeidsomstandighedenwet

5.   Warenwet

6.   Drank- en Horecawet

7.   Tabakswet

8.   (Auteurs)rechten

9.   Extra inkomsten en Belastingwet

10. Wet Bestuurdersaansprakelijkheid

11. Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp)

12. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

13. Woningwet en accommodatie

 


Wet wapens en munitie

De beoefening van de schietsport en de wapenwetgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Immers, het belangrijkste dat de sportschutter nodig heeft bij de beoefening van zijn sport is een vuurwapen dan wel een luchtdrukwapen. Aan het voorhanden hebben van deze wapens, alsmede het gebruik daarvan, is door de Nederlandse Overheid strenge regelgeving opgesteld. Deze regelgeving is vastgelegd in de Wet wapens en munitie (Wwm) en de bij deze wet behorende Uitvoeringsvoorschriften, te weten de Regeling wapens en munitie (Rwm) en de Circulaire wapens en munitie (Cwm).

 

Circulaire wapens en munitie

De belangrijkste informatie voor verenigingsbestuurders van schietsportverenigingen en sportschutters zelf, met betrekking tot het voorhanden hebben en gebruiken van vuurwapens voor de schietsport, is geregeld in de Circulaire wapens en munitie.

 

In de Circulaire wapens en munitie is een groot aantal registers en staten voorgeschreven. De meeste van die registers en staten moeten voldoen aan het model-KNSA.

 

 

Voorhanden hebben van een wapen

Het voorhanden hebben van een vuurwapen is in Nederland aan zeer strenge eisen gebonden, die zijn vastgelegd in de Wet, Circulaire en Regeling wapens en munitie (respectievelijk Wwm, Cwm en Rwm). De belangrijkste informatie voor verenigingsbestuurders met betrekking tot het aanvragen van een verlof voor en het voorhanden hebben en gebruiken van vuurwapens voor de schietsport is geregeld in de Circulaire wapens en munitie (Cwm).

 

Voor het voorhanden hebben en aanschaffen van luchtdrukwapens zijn geen wettelijke eisen gesteld, behalve dat de aanvrager ouder moet zijn dan 18 jaar. Voor diegenen die jonger zijn dan 18 jaar geldt dat het voorhanden hebben van luchtdrukwapens wel is toegestaan wanneer zij tenminste drie (3) maanden lid zijn van een schietvereniging en de desbetreffende luchtdrukwapens zijn toegelaten in de tak van schietsport zoals door de KNSA gereglementeerd.

 

Aanvragen verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen

In de loop van het eerste jaar, beoordeelt de vereniging de schietactiviteiten van een nieuwe schutter en nadat deze minimaal 18 schietbeurten (per jaar) heeft verricht en laten aftekenen, kan de vereniging het WM3-formulier (aanvraag voor de verkrijging van een verlof) medeondertekenen. Sommige verenigingen hanteren een langere periode voordat zij het formulier ondertekenen, bijvoorbeeld omdat het bestuur van oordeel is dat de betrokkene nog niet voldoende vaardigheid heeft getoond. Iedere vereniging heeft in haar statuten c.q. reglementen daarvoor bepalingen opgesteld. De 18 schietbeurten per jaar refereren naar het wettelijk vastgesteld minimumaantal (zie de Circulaire wapens en munitie, onderdeel van de Wet wapens en munitie).

 

De KNSA heeft richtlijnen opgesteld voor het invullen en ondertekenen van een WM3-formulier door verenigingsbestuurders. U kunt deze hier downloaden.

 

Met dit formulier kan de schutter vervolgens bij de politie in zijn/haar woonplaats een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen (WM4) aanvragen, waarmee hij of zij het desbetreffende vuurwapen kan kopen.


Wanneer mag ik.....

Een van de vragen die wij regelmatig krijgen is de vraag "wanneer mag ik...." vandaar hierbij een uitleg hoe het lidmaatschap van onze schietvereniging ontstaat en wanneer je een eigen wapen mag aanschaffen.

Deze regels komen uit de CWM2015 (Circulaire wet wapens en munitie 2015) en worden toegelicht op de site van de KNSA. Klik hier om de pagina op de site te bekijken.

 

De eerste stap: Lid worden

Nadat je de eerste keer op de vereniging bent geweest krijg je 1 maand de tijd om alle papieren in orde te maken. Hierbij gaat het vooral om je z.g. VOG (Verklaring omtrent gedrag). Je krijgt een formulier mee om die VOG aan te vragen. In deze eerste maand mag je al wel lessen gaan volgen.

 

De tweede stap: Aspirant lid

Nadat alle papieren zijn ingeleverd en je inschrijfgeld is betaald wordt je apsirant lid. Je krijgt nu je de laatste van de 8 lessen en je doet de schietveiligheidsproeven. Deze periode duurt 6 maanden.

 

De derde stap: Volwaardig lid

Na 7 maanden (de stappen 1 en twee samen) wordt je volwaardig lid. De komende 12 maanden ga je schieten met de verenigingswapens, dat zijn wapens geschikt voor Olympische disciplines ) zogenaamde klein kaliber (.22) wapens.

Schutters die nog geen 19 maanden bij de vereniging zijn (minimaal 12 maanden volwaardig lid) mogen de schietsport alleen beoefenen met klein kaliber wapens. 

 

De vierde stap: Een eigen wapen

Na 12 maanden kan het bestuur toestemming je toestemming geven om een eigen wapen aan te schaffen. De wetgever zegt dat daarvoor een "redelijk belang" moet zijn, dat belang is deelnemen aan wedstrijden. Je vraagt je eerste wapen altijd aan voor een Olympische discipline. Er zijn regels voor welke wapens wel- en niet zijn toegestaan, overleg dus altijd eerst even met een bestuurslid.

Gedurende deze fase mag je onder begeleiding van een trainer gaan oefenen met een wapen voor de vijfde stap (dat zijn wapens waarvoor de wedstrijden door de ISSF zijn gereglementeerd.)

Zodra je een eigen wapen bezit (verlofhouder bent) ben je verplicht minimaal 18 keer per jaar te schieten waarvan minimaal 5 webdstrijden.

 

De vijfde stap: Een wapen bezitten voor ISSF gereglementeerde wedstrijden.

Bij de eerste verlenging van je verlof (12 maanden na de eerste afgifte meestal) kan het bestuur je toestemming geven om een wapen aan te schaffen met ee maximaal kaliber van 9mm. Uiteraard doe je daarvoor eerst een schietveiligheidsproef met een trainer.

 

De zesde stap: Alle overige kalibers

Na nog eens 12 maanden kan het bestuur je ook toestemming verlenen om wapens aan te schaffen van andere kailbers. Uiteraard moeten die wapens wel binnen onze vereniging passen en moet er een KNSA wedstrijd voor bestaan.