Aanvraag eerste WM3

Het zal niemand zijn ontgaan dat de wetten en regels in Nederland ten aanzien van een verlof (tot voorhanden hebben van voorwapens) steeds strenger worden. In de diverse wetten die van toepassingen zijn worden steeds meer eisen gesteld ten aanzien van het zorgvuldig afgeven van vergunningen en verloven.

De rol van het bestuur van een (schietsport)vereniging wordt daarbij ook almaar concreter. Zo zijn de leden van het bestuur verantwoordelijk en aansprakelijk voor wie ze een een WM3 (instemming aanvraag verlof) afgeven.

De regels over wie daarvoor in aanmerking komen hebben we in 2014 vastgelegd in een richtlijn. Die richtlijn (die de KNSA richtlijn volgt) beschrijft aan welke voorwaarden je moet voldoen om in aanmerking te komen voor een WM3.

 

Nu onze vereniging groeit (we hebben inmiddels meer dan 225 leden) kunnen we als bestuur onmogelijk van elk lid precies alles weten. Of er aan de voorwaarden is voldaan gaan we dus onderzoeken op het moment dat er een (eerste) verlof wordt aangevraagd. We onderzoeken dan bijvoorbeeld of we alles hebben uitgelegd omtrent de regels (kluis, vervoer enz.), of er voldoende schietbeurten en wedstrijden zijn en of iemand "voldoende bekwaam is in de omgang met vuurwapens". Daarbij speelt veiligheid op de baan en thuis uiteraard een grote rol.

 

Als we dat hebben onderzocht bespreken we de aanvraag in het bestuur en nemen we een beslissing.  Dat betekent dat een eerste aanvraag een tijdje kan duren (tenminste tot aan de eerstvolgende bestuursvergadering), we willen de aanvraag immers zorgvuldig behandelen. We danken jullie voor je begrip, de zorgvuldigheid betekent dat we onze (kroon-) certificering niet in gevaar brengen en dat is belangrijk voor al onze leden.

 

Het bestuur.